KroamschuddenRol buurvrouwen
Vroeger waren de buurvrouwen voor de geboorte van de baby al bij de aanstaande moeder, ze kwamen kijken of de babyuitzet wel helemaal compleet was. De kraamvrouw werd allerlei ‘wijze raad’ gegeven, wat ze vooral wel en niet moest doen. Beter bekend als de bakerpraatjes, die meer leken op bijgeloof.
Tradities Achterhoek
Het ‘kroamschudden’ of ‘ansprekken’ is ook een gewoonte uit deze streek en het heeft ook weer met de buurt te maken. De buurvrouwen komen al snel na de geboorte ‘anspekken’ en het kind bekijken. Vaak wordt wat later de hele buurt uitgenodigd en gaan ze ‘hen kroamschudden’. Dan komen ze met een ‘krommen arm’, dat wil zeggen, ze brengen een heel groot krentenbrood mee. Het brood kan wel twee meter lang zijn en wel dertig centimeter breed. Het wordt met z’n allen gedragen, het is namelijk loodzwaar en wordt op een plank gelegd. Vaak is het een pronkstuk van bakkunst en de bakker mag vooral niet te krenterig zijn met de krenten. Ook de roomboter wordt meegebracht, want dat hoort natuurlijk bij zo’n lekker brood. In de oude traditie mag de naoste buurman het brood aansnijden. Daarna wordt voor iedereen een plak afgesneden en er komt royaal roomboter op. Natuurlijk gaat de baby op die avond de hele rij af en mag iedereen haar even vasthouden. Vaak wordt het met allerlei tradities steeds minder maar bij de geboorte van een baby komen er leuke dingen bij. De ooievaar in de tuin is voor deze streek nog relatief nieuw, maar wordt veel geplaatst, ook beschuit met muisjes is er in de loop der jaren bijgekomen.
Noaberschap springlevend
Zo blijft het naoberschap springlevend. Vroeger bleef het vaak niet bij een of twee kraomvisites dus was er een gezegde:
‘Vrouwluu bunt net kikvosse, kolde vuute,’n groten mond en bange veur de ooievaar.’
Bron: Gelderse Post 6 juli 2005, Helma Tuenter