Cookies Op onze website wordt gebruik gemaakt van cookies die door zowel deze website als derde partijen worden geplaatst. Dit doen wij zodat jij optimaal gebruik kunt maken van de functionaliteiten op deze website en om inzicht te verkrijgen in het bezoekersgedrag. Door op ‘Akkoord’ te klikken geef je toestemming voor het plaatsen van alle cookies voor de doeleinden zoals beschreven in onze privacy- en cookieverklaring.

Slapen

Goed slapen is belangrijk voor de gezondheid van je kind. Veel jonge kinderen hebben periodes dat ze slecht slapen. Meestal gaat dat vanzelf over. Maar soms slaapt je kind vaak slecht. Je peuter kan bijvoorbeeld vroeg wakker zijn, veel dromen of bang zijn in bed. Hoe kun je slaapproblemen aanpakken? En hoeveel slaap heeft een peuter eigenlijk nodig?

Slapen

Goed slapen is belangrijk voor de gezondheid van je kind. Veel jonge kinderen hebben periodes dat ze slecht slapen. Meestal gaat dat vanzelf over. Maar soms slaapt je kind vaak slecht. Je peuter kan bijvoorbeeld vroeg wakker zijn, veel dromen of bang zijn in bed. Hoe kun je slaapproblemen aanpakken? En hoeveel slaap heeft een peuter eigenlijk nodig?

Slapen

Goed slapen is heel belangrijk voor de gezondheid van je kind. Kinderen hebben voldoende slaap nodig om zich goed te kunnen ontwikkelen, te groeien en overdag voldoende energie te hebben. Kinderen tussen twee en vier jaar slapen in de nacht gemiddeld 10 tot 12 uur, maar de verschillen tussen peuters zijn groot.

Slaapt je kind genoeg?

Niet alle kinderen hebben evenveel slaap nodig. De slaapbehoefte verschilt enorm per kind. Hoe weet je of je kind genoeg slaapt? Dat kun je vooral in de ochtend goed zien. Je kind krijgt voldoende slaap als het 's morgens spontaan wakker wordt en als het binnen een half uur na het opstaan trek heeft in een ontbijt. Ook wordt je kind in het weekend of in de vakantie niet veel later wakker dan door de week. Het zegt niet zoveel als je kind overdag slaap lijkt te hebben. Kinderen die te weinig slapen zijn lang niet altijd slaperiger. Soms zijn ze vooral veel drukker.

Middagslaapje

Sommige kinderen hebben al met anderhalf jaar overdag geen slaap meer nodig, Gemiddeld slaapt bijna 90% van de tweejarigen nog overdag. De helft van de driejarigen slaapt nog overdag. Ook een derde van de vierjarigen die al naar school gaan, heeft af en toe nog behoefte aan een middagdutje.

Je merkt het vanzelf als je kind het niet meer nodig heeft. Het valt overdag haast niet meer in slaap of wil 's middags niet meer naar bed. Ga dan gerust terug naar een paar keer per week 's middags slapen. Eventueel breng je je kind 's avonds iets eerder naar bed.

Overgang naar alleen slapen

Als je kind lange tijd bij je op de kamer heeft geslapen, wil je op een gegeven moment misschien dat het in de eigen kamer gaat slapen. Voor sommige kinderen is dit helemaal geen probleem. Andere kinderen kunnen dit moeilijker vinden.

Bereid dit dus zorgvuldig voor en pak het stap voor stap aan, zodat je kind rustig kan wennen. Blijf bijvoorbeeld eerst naast het bedje zitten tot je kind slaapt. Als dat goed gaat, kun je steeds iets verder weg gaan zitten, totdat je kind heeft geleerd alleen in zijn kamer in slaap te vallen.

Duidelijkheid en structuur

Peuters willen soms niet gaan slapen of komen 's nachts uit bed. Een peuter doet veel nieuwe ervaringen op, die opwindend en vermoeiend zijn. Een vaste dagindeling geeft je kind houvasten een gevoel van veiligheid.

Bouw de dag rustig af en vertel alvast duidelijk dat het over vijf of tien minuten bedtijd is. Zo krijgt je kind de ruimte voor de overgang van wakker zijn naar slapen. Je kind moet weten dat je het meent en dat het geen zin heeft om te treuzelen. Dit betekent niet dat je op een boze toon zegt dat het bedtijd is. Duidelijk zijn is het beste.

Een vast ritueel bij het naar bed brengen is duidelijk voor je kind.

Slaaptips

  • Stel een vaste bedtijd in met een vast slaapritueel, dat ongeveer 20 tot 30 minuten duurt.
  • Ga een halfuur voor bedtijd over op rustige spelletjes of activiteiten.
  • Breng je kind naar bed in een gezellige, ontspannen sfeer.
  • De slaapkamer is een veilige plek. Breng je kind er niet voor straf naartoe. Dan gaat de slaapkamer voor je kind voelen als een niet fijne plek.
  • Het mag niet te warm of te koud zijn in de slaapkamer. De ideale kamertemperatuur ligt tussen 16 en 18 graden.
  • Zorg voor een donkere slaapkamer. Als het erg licht is in de kamer, hang dan een verduisterend rolgordijn of een niet-doorschijnend overgordijn op.
  • Is je kind bang in het donker? Laat dan het licht op de gang branden of gebruik een nachtlampje.
  • Een knuffel in bed of een lapje met de geur van mama of papa kan houvast en een gevoel van veiligheid geven.

Slaapproblemen bij peuters

Veel kinderen slapen wel eens slecht. Ze vinden het soms moeilijk om te gaan slapen en niet bij hun ouders te mogen zijn. Ze beginnen te dromen en verwerken zo dingen die overdag zijn gebeurd. Soms worden ze bang en hebben ze behoefte aan troost. Sommige kinderen vinden het moeilijk om alleen te zijn of verzetten zich tegen de slaap. Andere kinderen worden altijd vroeg wakker.

Als je kind ziek is of pijn heeft, dan kan het misschien niet goed slapen. Is je kind niet ziek, dan is het misschien gewend geraakt aan de aandacht die het krijgt door te huilen. Als dat zo is, probeer dan een ander ritme op te bouwen en je kind te helpen om steeds meer zonder jouw hulp tot rust te komen.

De aanpak van slaapproblemen kost moeite. Zeker in het begin. Het is belangrijk om te begrijpen wat er aan de hand is. Er kunnen verschillende redenen zijn waarom je kind minder goed slaapt. Maak je je zorgen, neem dan contact op met de Jeugdgezondheidszorg bij je in de buurt.

Slapen

Goed slapen is heel belangrijk voor de gezondheid van je kind. Kinderen hebben voldoende slaap nodig om zich goed te kunnen ontwikkelen, te groeien en overdag voldoende energie te hebben. Kinderen tussen twee en vier jaar slapen in de nacht gemiddeld 10 tot 12 uur, maar de verschillen tussen peuters zijn groot.

Slaapt je kind genoeg?

Niet alle kinderen hebben evenveel slaap nodig. De slaapbehoefte verschilt enorm per kind. Hoe weet je of je kind genoeg slaapt? Dat kun je vooral in de ochtend goed zien. Je kind krijgt voldoende slaap als het 's morgens spontaan wakker wordt en als het binnen een half uur na het opstaan trek heeft in een ontbijt. Ook wordt je kind in het weekend of in de vakantie niet veel later wakker dan door de week. Het zegt niet zoveel als je kind overdag slaap lijkt te hebben. Kinderen die te weinig slapen zijn lang niet altijd slaperiger. Soms zijn ze vooral veel drukker.

Middagslaapje

Sommige kinderen hebben al met anderhalf jaar overdag geen slaap meer nodig, Gemiddeld slaapt bijna 90% van de tweejarigen nog overdag. De helft van de driejarigen slaapt nog overdag. Ook een derde van de vierjarigen die al naar school gaan, heeft af en toe nog behoefte aan een middagdutje.

Je merkt het vanzelf als je kind het niet meer nodig heeft. Het valt overdag haast niet meer in slaap of wil 's middags niet meer naar bed. Ga dan gerust terug naar een paar keer per week 's middags slapen. Eventueel breng je je kind 's avonds iets eerder naar bed.

Overgang naar alleen slapen

Als je kind lange tijd bij je op de kamer heeft geslapen, wil je op een gegeven moment misschien dat het in de eigen kamer gaat slapen. Voor sommige kinderen is dit helemaal geen probleem. Andere kinderen kunnen dit moeilijker vinden.

Bereid dit dus zorgvuldig voor en pak het stap voor stap aan, zodat je kind rustig kan wennen. Blijf bijvoorbeeld eerst naast het bedje zitten tot je kind slaapt. Als dat goed gaat, kun je steeds iets verder weg gaan zitten, totdat je kind heeft geleerd alleen in zijn kamer in slaap te vallen.

Duidelijkheid en structuur

Peuters willen soms niet gaan slapen of komen 's nachts uit bed. Een peuter doet veel nieuwe ervaringen op, die opwindend en vermoeiend zijn. Een vaste dagindeling geeft je kind houvasten een gevoel van veiligheid.

Bouw de dag rustig af en vertel alvast duidelijk dat het over vijf of tien minuten bedtijd is. Zo krijgt je kind de ruimte voor de overgang van wakker zijn naar slapen. Je kind moet weten dat je het meent en dat het geen zin heeft om te treuzelen. Dit betekent niet dat je op een boze toon zegt dat het bedtijd is. Duidelijk zijn is het beste.

Een vast ritueel bij het naar bed brengen is duidelijk voor je kind.

Slaaptips

  • Stel een vaste bedtijd in met een vast slaapritueel, dat ongeveer 20 tot 30 minuten duurt.
  • Ga een halfuur voor bedtijd over op rustige spelletjes of activiteiten.
  • Breng je kind naar bed in een gezellige, ontspannen sfeer.
  • De slaapkamer is een veilige plek. Breng je kind er niet voor straf naartoe. Dan gaat de slaapkamer voor je kind voelen als een niet fijne plek.
  • Het mag niet te warm of te koud zijn in de slaapkamer. De ideale kamertemperatuur ligt tussen 16 en 18 graden.
  • Zorg voor een donkere slaapkamer. Als het erg licht is in de kamer, hang dan een verduisterend rolgordijn of een niet-doorschijnend overgordijn op.
  • Is je kind bang in het donker? Laat dan het licht op de gang branden of gebruik een nachtlampje.
  • Een knuffel in bed of een lapje met de geur van mama of papa kan houvast en een gevoel van veiligheid geven.

Slaapproblemen bij peuters

Veel kinderen slapen wel eens slecht. Ze vinden het soms moeilijk om te gaan slapen en niet bij hun ouders te mogen zijn. Ze beginnen te dromen en verwerken zo dingen die overdag zijn gebeurd. Soms worden ze bang en hebben ze behoefte aan troost. Sommige kinderen vinden het moeilijk om alleen te zijn of verzetten zich tegen de slaap. Andere kinderen worden altijd vroeg wakker.

Als je kind ziek is of pijn heeft, dan kan het misschien niet goed slapen. Is je kind niet ziek, dan is het misschien gewend geraakt aan de aandacht die het krijgt door te huilen. Als dat zo is, probeer dan een ander ritme op te bouwen en je kind te helpen om steeds meer zonder jouw hulp tot rust te komen.

De aanpak van slaapproblemen kost moeite. Zeker in het begin. Het is belangrijk om te begrijpen wat er aan de hand is. Er kunnen verschillende redenen zijn waarom je kind minder goed slaapt. Maak je je zorgen, neem dan contact op met de Jeugdgezondheidszorg bij je in de buurt.