Cookies Op onze website wordt gebruik gemaakt van cookies die door zowel deze website als derde partijen worden geplaatst. Dit doen wij zodat jij optimaal gebruik kunt maken van de functionaliteiten op deze website en om inzicht te verkrijgen in het bezoekersgedrag. Door op ‘Akkoord’ te klikken geef je toestemming voor het plaatsen van alle cookies voor de doeleinden zoals beschreven in onze privacy- en cookieverklaring.

Borstvoeding en werken

Als je borstvoeding wilt blijven geven wanneer je weer aan het werk gaat, kun je je melk afkolven. Je kunt ook (gedeeltelijk) afbouwen.

Hoe wil je het regelen?

Bedenk van tevoren goed hoe je de borstvoeding en het kolven wilt regelen. Je kunt ervoor kiezen om:

Bij de eerste twee mogelijkheden kun je in de ochtend en avond borstvoeding blijven geven. De voedingen overdag vervang je dan door gekolfde moedermelk of kunstvoeding.

Begin op tijd met oefenen

Vanaf ongeveer vier tot zes weken na de bevalling is het goed om te gaan oefenen met kolven. Kolf regelmatig zo'n vijf minuten direct na of tussen de voedingen door. Doe dat bijvoorbeeld elke dag een keer. Je raakt zo gewend aan het kolfapparaat en de baby aan het drinken uit de fles. Kolven is makkelijker in de ochtend, als je borsten wat voller zijn, of na een warme douche. Zo kun je een voorraadje opsparen. Enkele voedingen in voorraad is vaak al voldoende.

Het beetje afgekolfde melk kun je bewaren of bijvoorbeeld in een flesje door je partner aan je baby laten geven. Je baby moet ook wennen aan drinken uit een flesje, en zo kan je partner ook eens genieten van zo'n uniek voedingsmoment!

Hoe later je begint met voeden uit een fles, hoe groter de kans is dat een baby niet begrijpt hoe hij uit de fles moet drinken. Oefen dit dus ook met regelmaat vanaf vier tot zes weken, en onderbreek dit niet. Dagelijks of om de paar dagen uit de fles laten drinken werkt meestal 't best. Maar het is geen garantie dat je baby blijft drinken uit de fles. Lukt het niet je baby uit de fles te laten drinken? Vraag dan advies bij de Jeugdgezondheidszorg of aan een lactatiekundige.

Kolven op je werk

Je kunt het beste op je werk gaan kolven op ongeveer de momenten dat je baby anders uit de borst zou drinken. Op je werk kolf je dan even vaak als je thuis borstvoeding zou geven. Het kan ook zijn dat je iets minder vaak hoeft te kolven, maar voorkom te volle borsten want dit remt de productie af. De afgekolfde melk kan je kind de volgende werkdag bij de oppas of op het kinderdagverblijf drinken. Je kunt het mee naar huis nemen in een koeltas.

Het kan zijn dat door de grote veranderingen en mogelijk stress op je werk, het kolven iets minder opbrengt dan je baby drinkt in de fles. Misschien kun je dan een keertje extra kolven op werk of als je thuis bent. Als je het gevoel hebt dat de productie afneemt, leg dan wat vaker aan als je thuis bent met de baby. Veel vrouwen kolven per keer minder dan hun baby per voeding uit de borst drinkt. De toeschietreflex werkt nu eenmaal het best als je baby aan de borst ligt. Wees trots op wat je wel kolft en maak je niet te snel zorgen over je melkproductie. Als je kind op de borst goed groeit is die prima, ook als je op je werk per keer minder kolft.

In het artikel Kiezen voor kolven lees je veel tips om het kolven goed te laten verlopen.

Wet- en regelgeving over borstvoeden en werken

Bespreek op tijd met je werkgever (en collega's) hoe je de zorg voor je kind en je werk wilt combineren. Je bent zelfs verplicht om dit met je werkgever te overleggen.

Er zijn wetten en regels waar je werkgever zich aan moet houden.

  • De eerste negen maanden na de bevalling mag je je werk onderbreken om borstvoeding te geven of te kolven. Je werkgever moet hier dus rekening mee houden. Het moet mogelijk zijn dat je melkproductie gewoon kan doorgaan. Is dat niet mogelijk, dan moet er misschien iets worden aangepast in je werk of in je werktijden, bijvoorbeeld met een aangepast rooster of flexibele of juist meer regelmatige werktijden.
  • Maak hierover duidelijke afspraken met je werkgever. In totaal mogen de onderbrekingen een kwart van je werktijd bedragen.
  • De eerste zes maanden na de bevalling heb je - als het nodig is - recht op extra pauzes (1/8 van de arbeidstijd) en hoef je geen nachtdiensten te draaien.
  • Er moet een aparte ruimte beschikbaar zijn, die op slot kan en die voldoende privacy en een bed of bank biedt. Dit heet ook wel een 'lactatieruimte' of 'kolfruimte'. Als er geen geschikte ruimte is, moet je werkgever je de kans geven om thuis te voeden of te kolven. Meer over de lactatieruimte lees je op de website van Arboportaal.nl.
  • Ook werkgevers lezen meer informatie op de website van het Voedingscentrum.
  • Je werkgever mag weigeren dat je je baby meeneemt naar je werk.

Borstvoeding en werk

Bron: Voedingscentrum
In deze video tips over hoe je werk en borstvoeding kunt combineren.

Borstvoeding en werken

Als je borstvoeding wilt blijven geven wanneer je weer aan het werk gaat, kun je je melk afkolven. Je kunt ook (gedeeltelijk) afbouwen.

Hoe wil je het regelen?

Bedenk van tevoren goed hoe je de borstvoeding en het kolven wilt regelen. Je kunt ervoor kiezen om:

Bij de eerste twee mogelijkheden kun je in de ochtend en avond borstvoeding blijven geven. De voedingen overdag vervang je dan door gekolfde moedermelk of kunstvoeding.

Begin op tijd met oefenen

Vanaf ongeveer vier tot zes weken na de bevalling is het goed om te gaan oefenen met kolven. Kolf regelmatig zo'n vijf minuten direct na of tussen de voedingen door. Doe dat bijvoorbeeld elke dag een keer. Je raakt zo gewend aan het kolfapparaat en de baby aan het drinken uit de fles. Kolven is makkelijker in de ochtend, als je borsten wat voller zijn, of na een warme douche. Zo kun je een voorraadje opsparen. Enkele voedingen in voorraad is vaak al voldoende.

Het beetje afgekolfde melk kun je bewaren of bijvoorbeeld in een flesje door je partner aan je baby laten geven. Je baby moet ook wennen aan drinken uit een flesje, en zo kan je partner ook eens genieten van zo'n uniek voedingsmoment!

Hoe later je begint met voeden uit een fles, hoe groter de kans is dat een baby niet begrijpt hoe hij uit de fles moet drinken. Oefen dit dus ook met regelmaat vanaf vier tot zes weken, en onderbreek dit niet. Dagelijks of om de paar dagen uit de fles laten drinken werkt meestal 't best. Maar het is geen garantie dat je baby blijft drinken uit de fles. Lukt het niet je baby uit de fles te laten drinken? Vraag dan advies bij de Jeugdgezondheidszorg of aan een lactatiekundige.

Kolven op je werk

Je kunt het beste op je werk gaan kolven op ongeveer de momenten dat je baby anders uit de borst zou drinken. Op je werk kolf je dan even vaak als je thuis borstvoeding zou geven. Het kan ook zijn dat je iets minder vaak hoeft te kolven, maar voorkom te volle borsten want dit remt de productie af. De afgekolfde melk kan je kind de volgende werkdag bij de oppas of op het kinderdagverblijf drinken. Je kunt het mee naar huis nemen in een koeltas.

Het kan zijn dat door de grote veranderingen en mogelijk stress op je werk, het kolven iets minder opbrengt dan je baby drinkt in de fles. Misschien kun je dan een keertje extra kolven op werk of als je thuis bent. Als je het gevoel hebt dat de productie afneemt, leg dan wat vaker aan als je thuis bent met de baby. Veel vrouwen kolven per keer minder dan hun baby per voeding uit de borst drinkt. De toeschietreflex werkt nu eenmaal het best als je baby aan de borst ligt. Wees trots op wat je wel kolft en maak je niet te snel zorgen over je melkproductie. Als je kind op de borst goed groeit is die prima, ook als je op je werk per keer minder kolft.

In het artikel Kiezen voor kolven lees je veel tips om het kolven goed te laten verlopen.

Wet- en regelgeving over borstvoeden en werken

Bespreek op tijd met je werkgever (en collega's) hoe je de zorg voor je kind en je werk wilt combineren. Je bent zelfs verplicht om dit met je werkgever te overleggen.

Er zijn wetten en regels waar je werkgever zich aan moet houden.

  • De eerste negen maanden na de bevalling mag je je werk onderbreken om borstvoeding te geven of te kolven. Je werkgever moet hier dus rekening mee houden. Het moet mogelijk zijn dat je melkproductie gewoon kan doorgaan. Is dat niet mogelijk, dan moet er misschien iets worden aangepast in je werk of in je werktijden, bijvoorbeeld met een aangepast rooster of flexibele of juist meer regelmatige werktijden.
  • Maak hierover duidelijke afspraken met je werkgever. In totaal mogen de onderbrekingen een kwart van je werktijd bedragen.
  • De eerste zes maanden na de bevalling heb je - als het nodig is - recht op extra pauzes (1/8 van de arbeidstijd) en hoef je geen nachtdiensten te draaien.
  • Er moet een aparte ruimte beschikbaar zijn, die op slot kan en die voldoende privacy en een bed of bank biedt. Dit heet ook wel een 'lactatieruimte' of 'kolfruimte'. Als er geen geschikte ruimte is, moet je werkgever je de kans geven om thuis te voeden of te kolven. Meer over de lactatieruimte lees je op de website van Arboportaal.nl.
  • Ook werkgevers lezen meer informatie op de website van het Voedingscentrum.
  • Je werkgever mag weigeren dat je je baby meeneemt naar je werk.

Borstvoeding en werk

Bron: Voedingscentrum
In deze video tips over hoe je werk en borstvoeding kunt combineren.